|
Laat
uw kind zelf proberen
‘Geef maar hier, dat
doe ik wel’. Soms zeg je dat als ouder snel. Geef je kind de tijd zelf dingen uit te proberen. En steun
hem met opmerkingen als; ‘Probeer het maar’, ik denk dat je het kunt’. Dat maakt je kind weerbaarder
waardoor hij ook sneller iets durft te ondernemen als jij er niet bij bent om
te helpen.
Geef
positieve aandacht
Iedereen vind het
fijn te horen dat hij iets goed deed. Geef je kind geregeld een compliment, of
een ‘aai over de bol’ . Hij zal zich hierdoor prettiger en sterker voelen en
meer zelfvertrouwen krijgen. Dat is een belangrijke basis voor weerbaarheid.
Zeg
welk gedrag goed is
Als een kind precies
weet wat hij goed heeft gedaan, kan
hij daar trots op zijn en zal hij dat gedrag ook gaan herhalen.. Zeg dus niet
alleen: ‘wat knap!’ Maar leg uit: ‘Wat knap dat jij je jas aan de kapstok hebt
gehangen’. Je kind weet hierdoor precies wat hij waard is en zal daardoor
buitenshuis meer durven.
Stel
passende eisen
De eisen die je aan
een kind kunt stellen hangen samen met zijn ontwikkeling en zijn unieke
karakter. Ieder kind heeft eigen kwaliteiten Probeer aan te voelen welke eisen
je kind nodig heeft om op te groeien tot een weerbaar kind. Verwacht je veel te
veel, dan kan een kind denken dat hij nooit iets goed doet en afwachtend en
faal angstig worden. Maar eis je juist veel te weinig, dan wordt een kind
onvoldoende uitgedaagd. Zoek dus het juiste evenwicht.
Geef
passende beloningen
Een weerbaar kind kan
trots zijn op zichzelf als hij iets doet en kan ook plezier hebben in zijn
bezigheden. Je kunt je kind helpen door passende beloningen te geven. Heeft hij
iets heel moeilijks gedaan, besteed dan serieus aandacht aan wat hij deed. Je
kind voelt dan dat je zijn inspanning op waarde schat. Dat vergroot zijn
zelfvertrouwen. Heeft je kind iets kleins gedaan, dan is een complimentje al
voldoende. Hiermee leert een kind zijn eigen prestatie op waarde schatten.
Geef
positieve kritiek
Leer je kind dat het
niet erg is om kritiek te krijgen en dat je je niet persoonlijk aangevallen
hoeft te voelen. Dit kun je doen door exact te vertellen wat je kind niet goed deed en
hoe het anders kan. Voorbeeld; ‘Je mag je jas niet op de grond gooien.
Kijk, hij moet aan dit haakje. Positieve kritiek leert je kind dat het niet erg
is om fouten te maken en dat je dingen opnieuw mag proberen.
Geef
het goed voorbeeld
Kinderen leren veel
door imitatie. Laat jij zien dat uitdagingen leuk zijn en dat je niet boos
hoeft te worden als iets niet meteen lukt, dan imiteert je kind dit gedrag.
Daardoor zal hij zich elders ook weerbaarder opstellen.
Maak
gebruik van lichaamstaal
Laat je kind met
lichaamstaal blijken dat hij iets goed doet: blij kijken, duim opsteken,
goedkeurend knikken. Pas ook je toon en gelaatsuitdrukking aan, als je iets
afkeurt. Hierdoor ben je heel duidelijk. Bovendien toon je hoe je kind zelf gebruik kan maken van lichaamstaal.
Iedereen weet dan : ‘NEE’ is echt ‘NEE’.
Stel
duidelijke grenzen
Regels geven een kind
houvast en veiligheid. Je kind weet tot hoever hij kan gaan en wat er gebeurt
als hij een grens overgaat. Wees wel flexibel. Een te strak harnas houdt de
ontwikkeling tegen. Sommige kinderen verliezen daardoor hun zelfvertrouwen,
waardoor ze minder weerbaar zijn. Anderen gaan zichzelf soms overschreeuwen.
Maak de regels steeds wat ruimer in het vertrouwen dat je kind dit aankan.
Wanneer je kind voelt dat het steeds meer mag uitproberen, zal hij zich trots
en zelfstandig voelen.
Heb
vertrouwen in je kind
Wanneer je als ouder
uitstraalt datje het volste vertrouwen in je kind en zijn mogelijkheden hebt,
voelt je kind zich sneller weerbaar. Dit is niet zo moeilijk wanneer je kind
zich probleemloos ontwikkelt. Maar het is lastiger met een ‘zorgenkind’. Soms
wil je je kind dan zo graag beschermen dat je hem afremt. Je kind voelt zich
niet ‘stoer’ maar ‘dat zorgenkind met astma’ (voorbeeld). Al heeft een kind
beperkingen, hij heeft ook kwaliteiten en daar mag hij trots op zijn. Maak je
kind bewust van zijn kwaliteiten.
Pak
het speels aan
Kinderen leren veel
via spel. Ook weerbaarheid kun je met spelletjes leren :
-
Het
JA/NEE spelletje: je stelt vragen en je kind mag met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Bijvoorbeeld; lust
jij appeltaart ? Hoe je van zingen ? Kijk je graag naar het jeugdjournaal ? Kun
je hard rennen ? Vind je het fijn als opa je zoent ? Jongere kinderen leren zo
spelenderwijs dat ze hun eigen mening hebben en mogen uiten.
-
Het
‘STEL DAT’ - spel. Bespreek met je kind bepaalde situaties en probeer je kind
zelf oplossingen te laten bedenken. Zo
leert je kind voor zichzelf denkenen oplossingen vinden voor situaties.
Voorbeeld; ‘Stel dat iemand vraagt of je een
boodschap voor hem wilt doen, wat zou je dan doen ? ‘ Stel dat je thuis
komt en mama is er niet. Wat zou je dan doen ?
Geef
ruimte voor zijn eigen mening
Leer je kind dat hij
mag zeggen of hij iets leuk vind of niet. Hij hoeft zich niet altijd willoos
aan een ander aan te passen. Die wetenschap maakt hem naar buitenstaanders toe
ook weerbaarder. De mening van je kind kan wel los staan van regels en grenzen
die nodig zijn. Je kind kan het stom vinden dat hij niet op straat mag rennen.
Maar verkeer is gevaarlijk. Hij mag wel boos
worden om die beperking.
Zeg
dat hij best mag stoppen
Moedig je kind aan
bij moeilijke dingen. Maar leer hem ook dat het niet erg is om te stoppen als
iets niet lukt. Hij mag trots zijn op zichzelf als hij zijn best heeft gedaan,
ook al is de poging mislukt. Zeg bijvoorbeeld: ’dat heb jij goed geprobeerd !.
‘Weerbaarheid bestaat niet alleen uit alles doen en alles durven. Zeer
belangrijk is dat je ‘nee ‘durft te zeggen als je een uitdaging niet leuk vind.
Ook al vinden je vrienden je dan een slappeling!
Ook
sorry zeggen
Wanneer je zelf je
excuses maakt als je te streng was of een belofte niet nakomt, ervaart je kind
dat fouten maken mag! Bovendien leert hij dat ook hij ‘sorry’ tegen zijn
vriendjes kan zeggen. Je bent niet alleen weerbaar wanneer je op kunt komen
voor je eigen rechten. Je bent vooral ook weerbaar als je kunt toegeven dat je
fout zat.
Creëer
een open sfeer
Een weerbaar kind
weet wanneer hij hulp in moet roepen. Een open sfeer, waardoor kinderen het
gevoel hebben over alles te kunnen praten, stimuleert kinderen om die hulp zo nodig
in te roepen. Er zijn leuke geheimen, daar krijg je een blij gevoel van, en
nare geheimen, waar je een naar gevoel van krijgt. Over nare geheimen moet je
praten. Hierin thuis open zijn, helpt je kind dit op andere momenten ook te
zijn
Blijf
oefenen
Soms verloopt je dag
perfect en is het reuze gezellig met je kind. Op andere momenten stel je regels
die niet aanslaan of maak je de hele tijd ruzie. Je kunt jezelf daarop
aanvallen, maar daar heeft niemand wat aan. Eis niet teveel van jezelf. Begin
iedere dag gewoon met een schone lei. Het is niet altijd gemakkelijk om met een steeds weerbaarder kind om te gaan!
Oefening baart kunst, zegt men. Dus…… gewoon blijven oefenen!
Bron: Themapakket
weerbaarheid 4-12 jaar Spectrum, Centrum Maatschappelijke Ontwikkeling
Gelderland, 2002
|