
Voldoende bewegen heeft een aantal positieve effecten op leerlingen, voor nu en later.
Door sport en bewegen zitten kinderen bijvoorbeeld lekkerder in hun vel, vermindert de kans op ziekten:hart- en vaatziekten, chronische aandoeningen en diabetes, leren kinderen omgaan met regels, kan een bijdrage worden geleverd aan het voorkomen van overgewicht et cetera.
Om te bepalen hoeveel mensen moeten bewegen om gezond te blijven is de Nederlandse Norm Gezond Bewegen vastgesteld. De norm verschilt per leeftijdsgroep. Voor jeugd tot 18 jaar is de norm als volgt vastgesteld:
"Dagelijks een uur matig intensieve lichamelijke activiteit, waarbij de activiteiten minimaal twee maal per week gericht zijn op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie)".
Scholen kunnen leerlingen stimuleren om meer te bewegen op school (voor, tijdens en na schooltijd) maar ook in hun vrije tijd. Bijvoorbeeld door hen te leren over het belang van bewegen, door plezier in bewegen te laten ervaren, door hen te laten kennismaken met verschillende sporten en sportaanbieders, en door hen op school uit te dagen om te bewegen (met bewegingstussendoortjes, een sportief schoolplein, leuk sportmateriaal, etc.).
|